
Dit is een uitgeschreven reading van een collega. Het geeft ongeveer weer hoe een reading zijn kán. Iedere reading is weer anders, iedereen 'leest' op zijn of haar eigen wijze, elke interactie met een client is uniek.
De energie lezen van een symbolische bloem (roos) als middel voor transformatie.
door: Dorine Haveman
Het ‘rooslezen’ is een techniek die berust op aanname dat bewustwording van energiegeladen innerlijke beelden tot genezing leidt. Door het oproepen van het innerlijke beeld van een roos, wordt deze ‘roos’ op een natuurlijke wijze, even als in een droom, geladen met energie. De roos is op dat moment een symbool van de ‘energetische’ situatie van de persoon die ‘gelezen’ wordt. Door bewustwording van deze energetische ‘lading’, kan er op dat moment gewerkt worden aan genezing en transformatie van de energie.
Na veel samenwerken met cursisten en cliënten, studie en bijscholing ontstond een rooslezing ‘nieuwe stijl’ waarbij transformatie, de helende tendens van de (menselijke) natuur, en samenwerking met de cliënt kernbegrippen blijken te zijn. Het verschil met de klassieke rooslezing zit dan ook in de actieve rol die de ‘gelezene’ gaat spelen in de rooslezing nieuwe stijl. Dit gebeurt haast ‘vanzelf’ wanneer het opgeroepen bloembeeld kennelijk ‘een snaar raakt’.
Het rooslezen wordt hierdoor nog meer dan al het geval was een heel verfijnde manier van communicatie tussen twee mensen. De rol van de ‘rooslezer’ is van het begin af aan die van een begeleider van een energetisch transformatieproces. Hierdoor ontstaat op een gegeven moment een verschuiving in de activiteit van de betrokkenen bij een rooslezing. Wanneer er energetisch ‘gewerkt’ wordt, helpt de rooslezer de gelezene eigen innerlijke beelden te genereren. Even als in de droom, wordt daarmee een helend proces bij de gelezene in werking gezet. Aan de andere kant blijft de rooslezer zich ook intuïtief verbinden en afstemmen op wat wordt aangereikt. Het resultaat is, dat in veel gevallen energetische blokkades veel sneller verdwijnen dan op grond van alleen een auralezing of een regressie te verwachten is.
Tussen gevoel en verstand
Hier volgt het verslag van een rooslezing van Piet
Vraag: Er is weinig verbinding met mijn gevoel en levensvreugde. Ik heb alles wat ik wensen kan, maar mijn heelheid, verbondenheid en vreugde kan ik maar niet vinden. Wat speelt er?
Beeld:
Mijn eerste indruk is een beeld van uitreikende handen met gespreide, overstrekte vingers, als van een Balinese danseres, vervolgens gaat het beeld over in een Margrietachtige bloem met witte , harde bloembladen. De uiteinden zijn naar buiten toe omgekruld in een soort kokervorm, als de schacht van een vogelveer. Naar binnen toe loopt het bloemblad spits uit: naaldvormig en ‘prikt’ zich zo in het bol staande gele hart van de bloem. Tussen de bloembladen is steeds een holte, zoals sommige mensen die ook tussen de tenen hebben. Ik weet niet waarom ik zowel handen als voeten noem, maar het lijkt me van belang. Ik leg het alvast zo uit, dat er waarschijnlijk geen verbinding is tussen de verschillende gedachte-inhouden onderling. Er lopen ook parallelle nerven over het bloemblad, wat op hetzelfde wijst. Het bolle gele hart is eigenaardig. Het lijkt op een foto die ik pas gezien heb van de heuvel waarop de Glastonbury Tor staat, een geheimzinnige heuvel in Engeland, die in voorchristelijke tijden waarschijnlijk een religieuze bestemming had. Er is daar binnen van alles, maar het is geheim. Ik heb ook niet de neiging binnenin te kijken.Ik hoor me later vertellen dat het bij deze ‘Tor’ waarschijnlijk ging om aanbidding van de moedergodin. En of dat nu waar is of niet, kennelijk betekent het dat voor mij, en doel ik daarop in het zien van het bolle hart: hierin zit aanbidding van het vrouwelijke, of vrouwelijke energie. Onder de bloem zit het vruchtbeginsel, de aanhechting met de steel, die eruit ziet als een ornament. Breed en bewerkt, als een plateau. Ik leg uit dat dat kan inhouden dat Piet zaken stijlvol binnenhoudt, en zijn gedachten ‘draagt’. Net onder het vruchtbeginsel op de stengel is een wond gemaakt. Alsof er met een nagel rondom is gekrast. Deze wond is nu nog actueel, en het betreft een kwetsing op alle vlakken, alle levensgebieden. Het kan raken aan een oude wortel in het verleden, maar het heeft recent plaatsgevonden...
Piet legt uit dat hij twee jaar geleden op moeilijke en pijnlijke manier afscheid van een geliefde moest nemen. Zijn vertrouwen in het goede van het leven en zijn rol daarin en deelname daaraan zijn toen zeer geschaad. De wond in de stengel kan hij daarbij plaatsen en ook voelen...
Dan ga ik verder naar beneden en onderzoek de stengel. Er blijken veel hoeken in te zitten, als facetten op een kristal. De hoeken zijn nogal scherp, zodat ook hier opvalt dat er weinig raakvlak, of verbinding is. Steeds valt er een ander licht op dezelfde plek...
Onder de wond zit een klein blad dat zich naar mij richt. Ik leg uit dat dit duidt op nieuwe groei, een nieuw project, of een kind. Onder het blad verandert de stengel van karakter. Het wordt groter, breder, en de hoekigheid wordt zodanig uitvergroot, dat er sprake is van een soort meanderen van de omtrek van de stengel waardoor er donkere nissen ontstaan. Aan de buitenkant lijkt het gewoon een stengel met ribbels, dichterbij blijk je naar binnen te kunnen en zijn er onverwachte donkere ruimtes. Het oppervlak van de stengel wordt hierdoor zeer groot, en de stevigheid van de constructie eveneens. Na het blad is de levenshouding dus veranderd: zo’n vijf jaar geleden. De donkere nissen zijn verdwenen, maar ook de grotere stevigheid. Aan de buitenkant ziet men nu de persoon die Piet is, terwijl vroeger hele gebieden uit zicht bleven. Alleen iemand die heel dichtbij kwam, ontdekte de donkere nissen. ..
Piet legt dit zo uit, dat hij vroeger beschikte over een nogal uitgebreid droom- en fantasieleven dat hij niet integreerde. Door een therapie vijf jaar geleden, heeft deze integratie plaatsgevonden, waardoor hij nu meer als de persoon overkomt die hij werkelijk is: kwetsbaarder en gevoeliger dan voorheen getoond werd.
Verder naar beneden zie ik dat de stengel begraven is onder een hoop aarde. Daardoor is de stengel wit en zacht geworden, als een asperge. Ik zie later een appelboor zich in de stengel boren en zo sap aftappen. Iets in zijn jeugd, dat nu begraven wordt. Een kwetsbaarheid. Ook iets met complimenten: ‘zoet zijn: dat kan je zo goed: een brave grote jongen zijn”. Dat is de methode van de appelboor.
Onderaan de stengel zie ik nieuwe witte wortels aan de buitenkant naar buiten groeien, alsof ze het in de breedte zoeken; nieuw terrein innemen. In het midden van de stengel zijn heel dunne, lange wier-achtige wortels. Grijsblauw...
Het lijkt alsof deze wortels niet in het element aarde thuishoren, maar meer in het water. In ieder geval bieden deze wortels geen steun. De witte, steviger wortels aan de buitenkant duiden op een actie terrein in te nemen. Ik vraag of dit letterlijk opgevat kan worden: of Piet een huis aan het kopen is. Hij zegt dat hij inderdaad kort geleden zijn derde huis gekocht heeft.
Als achtergrond zie ik een skyline van flatgebouwen met daarboven een oranje ondergaande zon. Het kan een symbool zijn voor het werk. Doordat de flats nogal de hoogte ingaan, wordt de zon tegengehouden, net op het moment dat het werk klaar is en je in de tuin of op het terras kan gaan zitten.
Uitleg en verwerking van het beeld.
Bij het vertellend beschrijven van het beeld, heb ik al veel uitleg gegeven. Ik kijk ernaar en vraag me af wat me nu het meest opvalt: eigenlijk alles. Hier is zoveel om te onderzoeken! Als ik me dwing me te beperken, kom ik bij de scherpheid van de bloemblaadjes uit: ze steken en prikken. Dit moet als eerste onderzocht worden.
Ik vraag hoe Piet het beeld ervaart en daarna, als blijkt dat hij een overeenkomstige voorstelling heeft, vraag ik op hij ‘in de bloem wil stappen’. Het is steeds weer verbazingwekkend hoe gemakkelijk dat gaat. Zodra Piet in de bloem zit, kan ik dat aan zijn lichaamshouding zien. De aarde komt tot zijn knieën (waar hij wel last van heeft), en hij ervaart een wankel gevoel. De wortels die hij bij zijn voeten voelt bieden inderdaad geen steun.
De bloembladen voelt hij bij zijn hoofd, bij zijn ogen vooral. Ik vraag naar wat de bloemblaadjes doen. Piet noemt liefde geven, uitstralen. Vooral met zijn ogen. Ik vraag of er ook bij zijn die steken, prikken, en hoeveel daarvan naar buiten en hoeveel naar binnen prikken. Van de acht tot tien blaadjes telt Piet er vijf die naar binnen prikken. Ik vraag hem het blaadje dat het meest naar binnen prikt goed te voelen en er contact mee te maken...
Hij wijst naar een blaadje bij zijn linkerslaap. Ik vraag hem zich voor te stellen het bloemblaadje zachtjes uit zijn hoofd te trekken zodat hij ermee kan praten. Als hij dit doet, meldt het bloemblaadje, dat het steekt op momenten dat dat nodig is, om te beschermen; om ervoor te zorgen dat alles goed en geordend verloopt en dat er niet uitsluitend genoegens worden nagejaagd...
Als ik dan vraag om de impuls van het stekende bloemblaadje te volgen naar zijn lichaam, stuit Piet op een blokkade bij zijn keel. Na onderzoek blijkt het een zwarte ijzeren plaat te zijn, met een scherpe rand als een soort guillotine, die zijn lichaam van zijn verstand scheidt. Hierdoor heeft hij het bloemblaadje nodig.
Ik vraag Piet nu zich voor te stellen dat hij voorzichtig die ijzeren plaat verwijdert, en haar neerlegt in een gevisualiseerde cirkel van licht vóór zich; en dan vraagt of degene die de plaat in zijn nek heeft gestopt in de cirkel wil verschijnen...
Dan ziet hij zijn vader, die hem deze guillotine op ongeveer tienjarige leeftijd in de keel plaatst door hem erop te wijzen dat hij een verantwoordelijke, wijze en verstandige jongen is en hem vervolgens nog uitsluitend op deze eigenschappen aanspreekt. Het lichaam, het spelen en plezier maken, telt niet meer mee...
Zijn vader heeft dit niet met opzet gedaan, maar gaf de guillotine slechts door. Hij zelf had haar gekregen van zijn baas, die hem min of meer ‘geadopteerd’ had als zijn zoon en oogappel die het helemaal moest gaan maken. Alles werd geïnvesteerd in het succes van de vader (en dus het plezier van diens baas). En de hele familie moest daaraan meewerken...
Ook de baas wordt nu in de cirkel geroepen. En er wordt energie uitgewisseld. Er zijn momenten van grote ontroering. De vader geeft zijn zoon Piet alsnog de energie die hij niet kon geven en die ontvangt Piet weer in zijn lichaam, zonnevlecht, hart en keel. Het bloemblaadje wordt weer teruggeplaatst en beiden ervaren we een verandering in het beeld. Er ontstaat een nieuw, zacht bloemblad. Het oude is niet meer nodig...
Bovendien blijkt er een flatgebouw verdwenen uit de skyline, en is het wankele gevoel verminderd. Ik zie even in een flits het hart van de bloem bewegen, alsof een mannetje zich er uit alle macht uit werkt. Maar dan is het weer stil.
Ik vraag of er meer bloemblaadjes zijn die nu steken en de aandacht vragen. En er meldt zich weer een. Als Piet hem er zachtjes uittrekt en ermee ‘praat’, krijgt hij beelden van zijn eerste ervaringen met seksualiteit. Hij krijgt het sterke gevoel dat er iets is in de relatie tot zijn moeder, die een negatieve lading legt op het gebied van seksualiteit. Weer is de boodschap van het stekende bloemblad: verantwoordelijkheid; geen plezier. Ik zie het blad als een indianenveer. Alsof een kind indiaantje speelt en daarbij plechtig en heel serieus zweert de verantwoording voor zijn volk te dragen. Als ik weer vraag een verbinding van het bloemblaadje naar beneden te trekken, ontstaat er een soort kraag van mist, een dampkring, waardoor Piet het zicht op zijn lichaam wordt ontnomen...
Als hij door de mist heengaat, komt hij bij zijn buik en gevoelens van seksualiteit.
Ik vraag hem de cirkel weer te visualiseren en zijn moeder daarin te plaatsen. Hij begrijpt niet goed hoe er iets kan zijn, omdat er uitdrukkelijk niet gepraat werd over seksualiteit. Dit was een gebied waarbij zijn moeder niet stond te juichen, maar wat ze ook niet afkeurde. Er werd eenvoudig niets over gezegd. Verder was er alles aanwezig om zich te informeren: een abonnement op Sekstant, een tijdschrift van de NVSH met voorlichting over seksualiteit; en er zijn boeken. Ik vraag Piet om eens goed na te voelen vanuit welke plekken in zijn lichaam verbindingen lopen naar zijn moeder in de cirkel: communicatiekoorden. Vervolgens vraag ik hem zich te concentreren op het koord waar het hier om gaat...
Hij voelt een verbinding via zijn buik en zonnevlecht naar zijn moeder. Er zitten negatieve ladingen in deze verbinding. Hij vermeldt nu dat zijn moeder ernstig ziek werd toen hij zeventien was en na een lang ziekbed is gestorven. Zijn vader was toen al overleden. Hoe zieker zijn moeder werd, hoe vaker hij haar moest helpen met wassen, verschonen en toiletbezoek. Voor Piet en zijn moeder bleek dit een verwarrende, ontluisterende en verdrietige beleving met een seksuele lading. Alles wat hij meemaakte, had niets te maken met seksualiteit, maar grenzen van intimiteit werden overschreden. Piet kon als zeventienjarige op deze manier onmogelijk zijn eigen seksuele gevoelens erkennen en aanvaarden.
Ik vraag Piet te voelen en te visualiseren, via het energetische koord waarmee hij met zijn moeder verbonden is alle negatieve ladingen uit te wisselen. Hij visualiseert dit en geeft zo zijn moeder alsnog alles terug wat hij van haar energetisch vasthoudt en krijgt van haar terug wat zij heeft gehouden van hem. Hij noemt die laatste energie aanvaarding van zijn seksuele gevoelens.
Als hij klaar is met uitwisselen verbreekt hij het koord. Wel meldt hij dat er nog meer verbindingen lopen met zijn moeder die verband houden met seksualiteit, maar dat dat niet negatief is en te maken heeft met jongere leeftijden. Ik geef hem nog een oefening mee, om hiermee aan de slag te gaan als hij dat wil, maar dan gaan we afronden.
Toch zit er nog iets in de keel, zegt Piet: een blokkade. We onderzoeken het en het blijkt een donkere kant te zijn. Het heeft te maken met teleurstellingen in de liefde, de krassen in de stengel. We komen uit op twee kanten in hemzelf: een lichte kant: sprankelend, krachtig, een kant die de meesten wel van hem kennen en een donkere kant: vol met verdriet, teleurstelling en wantrouwen. Het is een geïsoleerde kant, zo hard als steen en die thuishoort in het diepst van zijn hart. Het is een kant die weinigen van hem kennen, of zouden willen kennen.
Ik vraag hem alle krachten van zijn lichte kant naar zijn rechterkant te laten stromen en te verzamelen in zijn rechterhand. De rechterhand neemt een open positie aan terwijl hij volstroomt met energie. Ik vraag hem nu hetzelfde te doen met het donkere stuk in zijn hart: of alle energie daarvan naar zijn linkerhand wil stromen. Er vormt zich een vuist. Dan vraag ik de handen of zij een manier kunnen vinden waarop zij elkaar kunnen ontmoeten. De rechterhand omvat nu de gebalde vuist en Piet ervaart een energiestroom. Hij ervaart dat de lichte kant de donkere energiekant helpt, en ondersteunt, en dat die daarvoor sterk genoeg is. Bovendien blijkt het donkere stuk niet zo groot. We spreken af dat deze energieën samen kunnen werken en elkaar kunnen helpen en laten stromen. Ze hebben beide een plaats in zijn hart.
Als we het beeld nalopen, blijkt er verandering te zijn. Er is iets meer stevigheid in het gevoel. Bij de wortels zie ik het niet, maar er is beslist meer doorstroming. Vooral de blokkade bij de keel was heel belangrijk. Er was sprake van een afsplitsing tussen gevoel en verstand, veroorzaakt door ervaringen met vader, maar ook met moeder (de kraag).
Het effect dat nu te zien is na het verwijderen van deze blokkades, is dat er meer zachtheid en natuurlijkheid komt in het denken (de bloembladen). Ook zijn de bloembladen breder (de krul is eruit) en raken ze elkaar. Er zal dus meer samenhang en verband komen tussen Piet’s verschillende projecten en aandachtsgebieden. De scherpe kantjes van het verantwoordelijkheidsgevoel zijn eraf. De noodzaak om zich op deze manier te beschermen is er niet meer. Er is nu wel degelijk een verbinding tussen gevoel en verstand.
In het nagesprek zeg ik dat er nog een heleboel blijft te doen. Het bolle hart intrigeert me, maar er zijn nog bloemblaadjes over die nog niet aan het woord zijn geweest. Bovendien: wat moet er met de flatgebouwen? De zon? De verbindingen met moeder? Daarnaast bleek dat vorige levens een rol spelen bij het vormen van bepaalde reactiepatronen. Maar we laten het bij deze rooslezing.
-------------------------------------------------------------------------------